JINC TaalTrip
JINC
Beschrijving
Laat je leerlingen iets van de wereld zien! Lijkt het je zinvol en leuk om het vocabulaire van leerlingen een boost te geven in de praktijk? En wil je gebruikmaken van de kennis en ervaring van professionals? Dan is een TaalTrip iets voor jouw klas.
Ja, je kan uit een boek leren dat de zee een grote plas water is. Maar toch: wéten wat de zee is, doe je pas als je met je voeten in de branding staat. Je zal de betekenis dan nooit meer vergeten. En het gevoel dat erbij hoort evenmin. Vanuit die gedachte organiseert JINC TaalTrips naar bijzondere plekken in de stad. Het doel is de woordenschat van kinderen te vergroten en hun blik op de wereld te verbreden; twee zaken die belangrijk zijn voor begrijpend lezen.
Tijdens een TaalTrip staat één thema centraal, zoals natuur, geld, horeca, museum, zorg, geschiedenis of het vliegveld. In Amsterdam zijn er 14 verschillende onderwerpen. Meestal passen die goed bij de lessen wereldoriëntatie.
Voorbereiding en begeleiding
JINC neemt de organisatie op zich, maar als docent speel je een belangrijke rol. Voorafgaand aan de trip bereiden de leerlingen zich voor. Ze kijken bijvoorbeeld een filmpje over het onderwerp en praten over wat ze er al van weten.
Op de dag zelf is er begeleiding nodig vanuit school. Dat hoeft niet per se de docent te zijn: ook een ouder of assistent kan mee. Een JINC-vrijwilliger geeft de TaalTrip, vaak een professional uit het bedrijfsleven. JINC-medewerkers zijn erbij voor de begeleiding en organisatie. Terug in de klas gaan de leerlingen verder met het thema. Ze oefenen de woorden met teksten en spelletjes.
TaalTrip is bedoeld voor groep 5 en 6 van het basisonderwijs, maar ook voor klassen van het praktijkonderwijs, S(V)O en ISK. Het project past binnen de taallessen. Voorbereiden, uitvoeren en reflecteren kost samen ongeveer zeven uur.
Neem contact op met JINC en plan een TaalTrip!

